Bastiaan Goedhart over 'Wel of geen matten bij ringzwaaien?'

30/03/2016

Wel of geen matten bij ringzwaaien?

door Bastiaan Goedhart (Alles in Beweging)

Sinds 2013 ben ik als inhoudelijk adviseur betrokken bij een advocatenbureau. Dit bureau houdt zich onder andere bezig met aansprakelijkheidszaken in het onderwijs. In veel gevallen gaat het om ongelukken binnen een les bewegingsonderwijs.

In het hele land verzorg ik vanuit ‘Alles in Beweging’ trainingen over veiligheid en aansprakelijkheid voor vakleerkrachten uit VO en PO, combinatiefunctionarissen, directies, besturen, beleidsmedewerkers etc. Ik probeer hierin als vakleerkracht bewegingsonderwijs de vertaalslag te maken naar de beroepspraktijk. De training is mede tot stand gekomen met behulp van Brechtje Paijmans, advocaat en gepromoveerd op de zorgplicht van scholen.

Naar aanleiding van mijn ervaringen bij het adviseren en het geven van trainingen wil ik via dit stuk een oude discussie oprakelen: Wel of geen matten bij het ringzwaaien?

De één roept dat ze er niet onder hoeven te liggen;  ‘’Je weet immers niet waar een kind terecht komt als het loslaat’’. De ander legt er 1 matje onder, met het argument dat ik altijd kan aantonen dat ik voorzorgsmaatregelen heb genomen. Er lag immers een mat bij het ringzwaaien.

Ik las onlangs in een vakblad een column over dit onderwerp het volgende; “Je kunt bewegingssituaties alleen maar ‘zo veilig als mogelijk’ inrichten. Je mag van de leerlingen verwachten dat ze hun gedrag aanpassen aan de mogelijkheden. Hetzelfde geldt in het dagelijks leven. We gaan niet alle trottoirbanden weghalen omdat er weleens iemand over struikelt. De verantwoordelijkheid en eigen inschatting van de docent zijn erg belangrijk.’’

Met de laatste zin ben ik het volledig eens. De zin ervoor kan m.i. genuanceerder. Bij het beoordelen van het gedrag van kinderen komt nogal wat kijken. Hebben we het over groep 3, een 5 VWO klas of een groep uit het speciaal onderwijs? Hoe is de sfeer, welke voorzorgsmaatregelen heeft een lesgever getroffen om onvoorzichtig gedrag te beteugelen?

De vergelijking met het dagelijks leven in de column gaat m.i. een beetje mank. Er is een verschil tussen een onderwijssituatie (de zorgplicht van scholen) en het dagelijks leven. Ik neem even aan dat hier bedoeld wordt; het leven naast de school. Tevens is er een groot verschil tussen struikelen over een trottoirband (in het dagelijks leven) en losschieten bij het ringzwaaien (in een les bewegingsonderwijs). Hoezeer ik ook begrijp dat je vervelend terecht kan komen, want het kunnen ellendige dingen zijn………..die trottoirbanden. 

Terug naar de hamvraag, wel of geen matten? En zo ja, waar leg ik die matten dan neer. Ik wil eerst aangeven wat ik onveilig vind en juridisch onverstandig. Eén mat onder de ringen voldoet niet. Het heeft al een aantal keer gezorgd voor een ongeluk doordat een leerling bij het naar achter zwaaien bleef haken achter dat matje. De mat die voor veiligheid moet zorgen is hier de oorzaak van een ongeluk. 

Geen matten zou dus een logische oplossing lijken, maar een leerling die in een zeer ongelukkige situatie met zijn hoofd op de grond valt heeft een grotere kans op ernstig hoofdletsel als daar geen mat ligt. De vraag die een jurist (terecht) kan stellen is waarom er geen lange mat, halve lange mat of kleine matten lagen? Dit is met name een vraag wanneer er sprake is van een causaal verband tussen de ondergrond waarop de leerling terecht is gekomen en het opgelopen letsel.  Een gebroken arm of een verzwikte enkel voorkom je niet altijd met een mat, maar ernstig hoofdletsel kan hiermee wel voorkomen worden en in het kader daarvan lijkt een zachtere ondergrond een zinvolle voorzorgsmaatregel. Denk ook aan de rubber tegels, houtsnippers, kunstgras, echt gras, zand en andere zachte ondergrond bij speeltoestellen. Ze liggen er vooral om ernstig hoofdletsel te voorkomen. 

Maar moeten we dan niet vier dikke matten achter elkaar leggen en maar op één stel ringen gaan zwaaien? Het antwoord luidt natuurlijk ‘Nee’. Dat is namelijk in veel gevallen niet mogelijk omdat veel zalen niet over dat materiaal beschikken en het lijkt mij bezwaarlijk om maar op 1 stel ringen te kunnen zwaaien. 

Ik realiseer me dat bovenstaande ook vragen oproept over afremmen, zelfstandig zwaaien, duimen om de ringen, het afperken van het zwaaigebied en natuurlijk over het aantal matten dat je nu kunt gebruiken, het aantal ringenstellen en de intensiteit van de les. En het feit dat er ondanks een lange mat een kind nog steeds met zijn hoofd naast de mat kan vallen? Terechte vragen die je scherp houden en die je dwingen om goed na te denken over de kwaliteit van je les en de veiligheid in het bijzonder. Want zoals ik schreef, ik was het vooral eens met die laatste zin;  “De verantwoordelijkheid en eigen inschatting van de docent zijn erg belangrijk.’’

Kort samengevat, mijn voorstel is om altijd – zoveel als mogelijk – in de zwaairichting matten neer te leggen. Dat kan een lange mat zijn, een halve lange mat of meerdere kleine matten aan elkaar.  

Voor een onderbouwgroep kan drie of vier matten volstaan, voor een 5 Havo groep moet je waarschijnlijk 6 matten aan elkaar leggen in de zwaairichting.  Indien je op twee ringstellen veilig kunt zwaaien moet je nadenken hoe je door andere activiteiten bij het ringzwaaien (bijvoorbeeld ringen stil) de intensiteit kan verhogen. Ook voor de verdere organisatie in de les is een goede planning van activiteiten en materiaal noodzakelijk.

Bastiaan Goedhart

 < dit is een slimme oplossing voor bijv. gr. 3/4
foto - bron: www.smartmovingkids.nl 

  

Voor vragen of een reactie over bovenstaande of voor informatie over een training veiligheid en aansprakelijkheid:

Bastiaan Goedhart

Scholings- en adviesbureau Goedhart in Beweging
Vakleerkracht Bewegingsonderwijs
Opleidingsdocent Pabo Haarlem
Coördinator leergang bewegingsonderwijs
Bastiaan.Goedhart@inholland.nl